Woord   5 comments

De Ardennen

 

Je kan uiteraard niet meer houden van de Ardennen als de bomen die daar prima gedijen. Liefst was ik zelf die boom die ’s winters kilo’s sneeuw moet torsen, koude regenvlagen en ijzige wind moet trotseren en naar de hemel en de zon blijft groeien, de rotsen met zijn wortels als tentakels omvat en het mos willens nillens moet accepteren. Roerloos toekijken hoe tijden en mensen veranderen en sterven wanneer al velen zijn verdwenen.

Was ik maar de geur van vochtige bossen , van door de zon vloeibaar en kleverig geworden hars of de geur van langzaam optrekkende ochtendnevel. Dronken worden van het immer voortschrijdende rottingsproces.

Was ik maar het geluid van zacht neerdwarrelende sneeuwvlokjes, van mals neervallende regendruppels of het geluid van een nog niet vervuild, helder kabbelend beekje dat geduldig de rotsen in zijn bedding boetseert. Hoor! De uil leidt ons door het donker naar een schriele en stervende prooi.

Laat de vlammen aan m’n armen likken nadat ik jaren en gespleten heb liggen drogen in de wind. Bied ik warmte en de rode gloed op ieders wangen na een fikse wandeling; pruttelende wintergerechten en koude tenen en vingers laven, waarna ik slechts nog in as en grijs een gezellige herinnering in hun harten achterlaat.

Zij zijn mijn vader die mijn moeder achter liet, de Ardennen. Zij zijn de angst in een donker bos, het pad dat wordt afgesneden door een kolkende en zwangere rivier, pijnlijke benen en voeten, koude handen en rode oren, honger en dorst, katers en braaksel die bij het tiener worden horen, de kerst en zijn nachtmis bezeten door dronken pastoors, onbegrijpelijke woorden en het buitenland waar de kerststal levend en de biechtstoel schijnheilig versleten is.

Er zijn niet meer herinneringen in mij achtergelaten dan daar in de schoot van elke dal, langs een kronkelend pad, in het gras en in de dam van stenen en takken, in de kruin van grote dennen en in het hout dat ik vakkundig  tot zwaard versneed. Er zijn niet méér gedachten in me opgekomen, maar tevens in rook opgegaan als in de duizenden warme veranderlijke tekeningen door gretige vlammen vertaald.

Zij zijn alles wat ik zijn wil als mens. Ik wil in de mist verdwijnen en verdampen in de zon. Ik wil de rijm op verdorde bloemen en de kleuren van de herfst zijn. Of een zompig veen waarin verdwaalde wandelaars een gelooide  toekomst en een vast plaatsje in het plaatselijk folkloremuseum  in de ogen zien, of het zachtste mos waarop de eerste druppel maagdelijk bloed en sperma van een kersvers tienerkoppel gemorst worden.

De Ardennen zijn de handen als kolenschoppen van doorwinterde boeren die de aarde doorploegen, van knorrende everzwijnen, van vossen met pluimen die uit hun bek lijken te groeien  als ze een vogel  sluw te pakken hebben gekregen, van burlende herten en hun gewei dat als takken tegen de bomen klettert en een lange echo de vochtige lucht instuurt.

Daar vind ik rust en genade, in het nooit rustende en genadeloze landschap met een dichterlijke inborst, met z’n verraderlijke vriendelijkheid en meedogenloze scheppings- en vernietigingsdrang. Duizenden herinneringen maken mij met hen onafscheidelijk, zijn de navelstreng naar mijn verleden en de inspiratie voor de toekomst. Daar vind ik veel relatief maar zelden mijn gevoelens voor zoveel dat mijn zintuigen prikkelt.

Zij doen mij verlangen naar een nog mooiere beschrijving voor iets dat misschien enkel in mijn fantasie bestaat. Laat de muze maar spreken en gewillig laat ik mijn vingers  over het klavier glijden en misschien, misschien ooit laat zij mij toe een prachtig gedicht te schrijven over het één zijn van heden en verleden, de toekomst die me met een glimlach ontvangt en al wat ik niet zo metéén onder woorden kan brengen en mij in beroering brengt.

Kan ik niet één zijn, de Ardennen wórden, dan kan ik tenminste hopen daar in de zon en in de schoot van vochtige aarde en  duizenden vogels die even hun adem inhouden en al het wild dat verschrikt opkijkt en de wind die plots schuil gaat in rotsen en spleten te sterven. En net zoals de wind is gaan liggen waait hij de laatste resten van heimwee plots helemaal weg en beginnen vogels luidkeels hun mooiste lied te zingen en  doet het wild wat trouw van hen verwacht wordt: mijn herinneringen levend houden.

 

 

Posted 25 oktober 2010 by Mark Mendonck

5 responses to “Woord

Subscribe to comments with RSS.

  1. FANTASTICO!
    Wat een geweldig goed beschreven verhaal.
    Tijdens het lezen rook de geuren van het woud, voelde de armen van de bomen, hoorde de stemmen van de dieren en zag de stilte van je verlangens.
    Ademloos!
    Zachtjes loop ik verder … Benona

  2. Hola, veo que has pasado por mi blog y te doy las gracias porque me has dado la oportunidad de conocer el tuyo, pero en el que has entrado ya no existe, en el que publico es http://www.manolirizofotografia.com, muchas gracias de nuevo, saludos

  3. Goed geschreven en herkenbaar.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: